Het verbod in Nederland op de inzet van criminele burgerinfiltranten is door de praktijk ingehaald. Een serie recente uitspraken van de Hoge Raad heeft dat verbod, een van de kroonjuwelen van de IRT-enquêtecommissie-Van Traa, uitgehold.
Uit brieven van het ministerie van Justitie blijkt dat Nederland, ondanks het verbod op criminele burgerinfiltranten, wel instemt met de inzet van buitenlandse criminelen op Nederlands grondgebied. Het bewijsmateriaal dat zij verzamelen mag van de Hoge Raad worden gebruikt om verdachten in Nederland te vervolgen en te veroordelen.
In Nederland geldt sinds 1998 een verbod op de inzet van criminele burgerinfiltranten; misdadigers die met medeweten van justitie strafbare feiten plegen in ruil voor informatie over andere criminelen. In 1995 bleek tijdens de parlementaire enquête opsporingsmethoden onder voorzitterschap van Maarten van Traa dat de inzet van criminele burgers grote risico’s met zich meebrengt en slecht te controleren is.
Minister Donner van Justitie heeft het verbod op de inzet van criminele burgers eerder dit jaar nog bevestigd, al wil hij een uitzondering voor terreurzaken.
Uit een vonnis van de Hoge Raad van dit voorjaar blijkt dat een Nederlander is veroordeeld op basis van bewijs dat deels met de inzet van een buitenlandse criminele burgerinfiltrant op Nederlands grondgebied is verkregen. De top van het ministerie van Justitie wist hier niet van.
André Rouvoet van de ChristenUnie, het enige nog zittende Kamerlid van de commissie-Van Traa, vreest dat de erfenis van de enquête naar de opsporingsmethoden verloren gaat. ‘Criminele burgers zijn onbetrouwbaar. Dat was de kern van Van Traa’, stelt hij. ‘Het besef dat we de inzet van criminele burgers goed moeten regelen, lijkt te verdwijnen.’
Volgens hoogleraar strafrecht Ybo Buruma blijkt uit drie arresten van de Hoge Raad dat de inzet van criminele burgers door politie en justitie niet meer feitelijk getoetst hoeft te worden. ‘De definitie van het begrip criminele burgerinfiltrant is door de arresten zo aangepast dat er een gat zit in de controle. Dit geldt met name voor infiltranten die buitenlandse diensten in Nederland inzetten.’
De activiteiten van buitenlandse criminele burgers kunnen nauwelijks worden getoetst, omdat Nederland geen zeggenschap heeft en niet op de hoogte is van de afspraken die met een buitenlandse crimineel zijn gemaakt.

0 responses so far ↓
There are no comments yet...Kick things off by filling out the form below.
You must log in to post a comment.