De aanslag zondag op het Rashid Hotel in Bagdad en de aanslagen die daar maandag op volgden, konden voor de Amerikaanse regering niet op een ongelukkiger moment komen. Juist zondag was een nieuwe ronde ingezet van goed-nieuwsverklaringen. President Bush stuurt sinds een aantal weken zijn mensen naar talkshows op zondag om het cynisme te weerspreken en te verkondigen dat het beter gaat in Irak, steeds beter.
Zondag was de beurt aan minister Powell van Buitenlandse Zaken om voor CNN en NBC de vaste boodschap uit te dragen: de president heeft steeds gezegd dat het niet vanzelf zal gaan, het vergt volharding; in een beperkt gebied bestaan nog kleine haarden van verzet, maar we moeten ons daardoor niet van de wijs laten brengen: de grote meerderheid van de Iraakse bevolking is dankbaar bevrijd te zijn van een dictator.
De aanval zondag op het Rashid Hotel, symbool van de Amerikaanse aanwezigheid in Irak, was de tweede binnen een maand. De mortier sloeg in precies één verdieping lager dan waar onderminister van Defensie Wolfowitz verbleef. Die bracht een driedaags bezoek aan Irak, juist om te onderstrepen dat de toestand in het land inmiddels stabiel is.
Wolfowitz vanuit Bagdad: ‘We zullen ons niet laten bang maken.’ Bremer, de hoogste Amerikaanse burger in Irak, vanuit Washington: ‘We hadden een slechte dag. Ik heb steeds gezegd: we zullen goede en slechte dagen hebben.’
Maandag deed denken aan 19 augustus, toen het VN-bureau in Bagdad goeddeels werd weggeblazen. Nu was het Rode Kruis aan de beurt. Opnieuw een onafhankelijke organisatie die onderdeel wordt gemaakt van de guerrilla-achtige strijd. Ook nu vielen er enkele tientallen doden.
President Bush suggereerde dat de aanslagen laatste stuiptrekkingen zijn: ‘Hoe meer vooruitgang we boeken, hoe wanhopiger de moordenaars worden.’ Hij deed een belofte die hij eerder uitsprak over het lot van Saddam en Bin Laden: ‘We zullen deze mensen vinden en ervoor zorgen dat ze hun gerechte straf ondergaan.’
Zouden de aanslagplegers echt wanhopig zijn? Sinds eind vorige maand is het aantal aanvallen op de bezettingstroepen verdubbeld. Met relatief beperkte middelen wordt flinke chaos veroorzaakt en een diep gevoel van onmacht gecreëerd.
In een intern memo dat uitlekte, schreef minister van Defensie Rumsfeld op 16 oktober dat het ‘hard en langdurig geploeter’ zal worden voor de Amerikanen.
De Amerikanen zitten in een kat- en muisspel. Zij zijn de kat met wiens trots en kracht de spot wordt gedreven. De muis zal het spel nooit winnen, maar de vraag is of de kat dat genoegen wèl ten deel zal vallen.
Er gaan in de Verenigde Staten stemmen op om in de driehoek ten westen en noorden van Bagdad nog een keer flinke strijd te leveren, zeg maar de oorlog te heropenen, om het verzet uit te schakelen. Maar daarvoor is het te laat. Het zou tot een nieuwe scheuring leiden in de internationale gemeenschap. Het zou het vertrouwen van Irakezen in de Amerikaanse bereidheid de macht over te dragen, ondermijnen. Tegelijk is waar wat The New York Times maandag schreef, namelijk dat veel Irakezen in deze fase hun keuze moeten bepalen - rijke Iraakse handelaren of ze blijven of toch maar vertrekken, geëngageerde Irakezen of ze omwille van de toekomst van hun land een politieke functie moeten aanvaarden, of toch maar niet. ‘Het onvermogen van het Amerikaanse leger om de veiligheid van een van zijn belangrijkste vertegenwoordigers (Wolfowitz) te verzekeren, moet voor hen een beangstigend teken zijn.’
Goed-nieuwsshow VS verstoord
November 23rd, 2003 · Post your comment (No Comments)
Tags: Buitenland



0 responses so far ↓
There are no comments yet...Kick things off by filling out the form below.
You must log in to post a comment.