Koninginnedag, Sinterklaas, schaatsen. Het zijn de meest kenmerkende
symbolen voor Nederland. Dat blijkt uit een enquête van KRO’s Reporter die
vanavond wordt gepresenteerd. De Nederlandse cultuur wordt bedreigd, vindt
een meerderheid van de ondervraagden. Om die cultuur te behouden moet de
overheid dwang niet mijden.
Waar de Nederlander aan hecht, blijkt een te verschillen naar de leeftijd.
Jawel, ook 55-plussers hechten aan schaatsen en Koninginnedag. Maar ze
geven enkele andere nationale symbolen, die jongeren minder vaak noemen,
eveneens een hoog cijfer. Ouderen waarderen de Nederlandse taal bijvoorbeeld met een
8,3. De KLM en de vrijheid van godsdienst komen bij hen ex aequo op de
vijfde plaats, met een 8,1.
Het belang dat iemand hecht aan een nationaal symbool verschilt niet alleen
naar leeftijd, maar ook naar gelang iemands opleiding.
Neem bijvoorbeeld het christelijk geloof. Dat haalt als gemiddelde
rapportcijfer een 5,4. Maar splits dat uit naar leeftijd of opleiding en je ziet grote verschillen. Laagopgeleiden geven het een 6,1. Hoogopgeleiden geven het slechts een 4,7.
Jongeren en ouderen verschillen ook sterk van mening over het christelijk
geloof. De oudere generatie (boven de 55) geeft het een 6,3. Jongeren (tot 35) geven het maar een 4,8.
Het christelijk geloof is een van de drie nationale symbolen die van de
totale groep ondervraagden een onvoldoende krijgen. Het Nederlandse leger
(een 5,4) en gezagsgetrouwheid (een 5,3) zijn de twee andere Nederlandse
kenmerken waarop de bevolking niet trots lijkt.
Daarentegen scoort de vrijheid van godsdienst een respectabele 7,8. En
daarbij is er juist weer opmerkelijk weinig verschil tussen de
leeftijdsgroepen. Al hechten 55-plussers er met 8,1 wel het meeste aan,
jongeren zijn er met een 7,5 bepaald niet sceptisch over.
Verschil van smaak naar gelang het opleidingsniveau valt ook terug te zien
bij andere onderwerpen. Laagopgeleiden zijn bijvoorbeeld lauw over het
homohuwelijk (een 6,1) terwijl hoogopgeleiden het een 7,7 geven.
Maar aan seksuele vrijheid blijkt iedereen gelijkelijk gehecht:
laagopgeleiden geven het een 7,3 en hoogopgeleiden scoren met 7,5 niet
noemenswaard hoger.
Voor de parlementaire democratie heeft niemand een hoog cijfer over.
Laagopgeleiden geven de parlementaire democratie de laagste waardering:
een
6,4. Midden- en hoogopgeleiden zijn er iets, maar niet veel enthousiaster
over: die geven een 7,1 en een 6,8.
Omgekeerd lopen hoogopgeleiden met een 5,8 blijkbaar niet erg warm voor
het
Nederlandse lied (en allochtonen nog minder: een 5,3) terwijl laag- en
middenopgeleiden er in elk geval dikke zessen (6,5 en 6,9) voor over
hebben.
Op die Nederlandse cultuur zijn we, ondanks verschil van smaak, trots. Van
alle ondervraagden zegt 86 procent: Ik ben er trots op Nederlander te
zijn.
En 75 procent is van mening dat Nederland ‘een eigen cultuur’ heeft.
Ouderen zijn daar zelfs bijzonder stellig over: 92 procent is trots op het
Nederlanderschap en 82 procent vindt dat Nederland een eigen cultuur
heeft.
Allochtonen zijn minder overtuigd. Ze zeggen vaker ‘ik weet het niet’ of
‘nee’ op die vraag en slechts 62 procent is er trots op Nederlander te zijn.
Dat Nederland een eigen cultuur heeft weet bij hen ook maar 61 procent zeker.
Die eigen, Nederlandse cultuur wordt bedreigd.
Althans, dat is het gevoelen bij autochtone Nederlanders. Van hen
onderschrijft 66 procent de stelling dat Nederland zijn cultuur dreigt te
verliezen. Van die mensen vindt 96 procent dat zorgelijk.
Allochtonen kijken daar rustiger tegenaan. Van hen vindt slechts 42 procent
dat de Nederlandse cultuur afkalft. Maar van die 42 procent allochtonen
vindt het leeuwendeel, maar liefst 92 procent, dat ook zorgelijk.
Wie is er verantwoordelijk voor de teloorgang van de Nederlandse cultuur?
De regering, is het meest gehoorde antwoord op die vraag. Autochtoon of
allochtoon maakt daarbij maar een beetje verschil: 23 respectievelijk 27
procent.
Laagopgeleiden springen er daarentegen wel uit. Van hen wijst 31 procent de regering als verantwoordelijke aan, terwijl onder hoogopgeleiden slechts 12 procent dat doet.
Wat bedreigt Nederland het meest?
De toestroom van migranten, zegt 28 procent van de autochtone ondervraagden.
Allochtonen zien dat anders. Volgens hen is de falende opvoeding (20 procent) de grootste boosdoener. De toestroom van migranten komt bij hen met 14 procent op de derde plaats.
Opmerkelijk is ook dat de Europese Unie als een aanzienlijk bedreigender
invloed wordt beschouwd dan de Verenigde Staten. Van alle ondervraagden voelt 18 procent zich ongemakkelijk over de EU, tegen 6 procent die zich zorgen maakt over de politieke, culturele en militaire invloed van de VS.
Maar naar beide moet Nederland -om de Nederlandse cultuur te behouden- zich kritischer opstellen, vinden zeven van de tien geënquêteerden. Dat is veel hoger dan bij de vraag naar de houding ten aanzien van internationale
bedrijven: vier van de tien vinden een kritischer houding daar op z’n plaats. Is de Nederlandse cultuur te redden door de grenzen te sluiten voor migranten?
Ja, zegt gemiddeld 46 procent, ongeacht de leeftijd.
Vooral laagopgeleiden zeggen dat (met 55 procent) hartgrondig; maar 34
procent van de hoger opgeleiden meent eveneens dat dat een oplossing is.
Onder allochtonen ziet ruim een kwart (27 procent) in de sluiting van
grenzen een middel tot behoud van de Nederlandse cultuur.
Een dergelijk verschil zie je terug bij een paar andere ‘oplossingen’ die de respondenten werd voorgelegd.
Voor spreiding van migranten zijn allochtonen beter te vinden wanneer het
vrijwillig is (44 procent) dan wanneer de overheid er een strikt beleid in zou voeren (41 procent).
Autochtone Nederlanders zijn juist aanzienlijk sterker voor strikt- dan voor vrijwilligheid (56 versus 35 procent).
De bestaande cultuur van Nederland overnemen, dat wil 57 procent van de
allochtonen best doen wanneer het vrijwillig is, maar de animo daalt tot 43 procent als het dwingend zou worden opgelegd. Bij autochtonen gaat het om
vergelijkbare percentages (60 en 40), maar dan precies andersom - ten
gunste van ‘dwingend opleggen’.
En zo zien autochtone Nederlanders er ook meer heil in dan allochtonen als
de overheid een streng taalbeleid zou voeren. Al zijn allochtonen er met
54 procent niet bepaald niet tegen, autochtonen zijn duidelijker voor: 69 procent.

0 responses so far ↓
There are no comments yet...Kick things off by filling out the form below.
You must log in to post a comment.